
![]()
![]()
Op school werken we de leesmethode Veilig Leren Lezen. We gebruiken de tweede maanversie.
De volgende links zijn voor ouders best interessant:
http://www.veiliglerenlezen.nl/zwijsen/show/id=223095/closemenu=true (spelletjes)
http://www.leesdas.nl (spelletjes bij schooltv)
Veilig en vlot

Dit is een goede oefening voor het vlot lezen van
woorden.
Deze rijtjes met woorden vindt u ook in het PDF-bestand van de
betreffende kern. Deze staan in de tabel onderaan deze pagina.
De blauwe letters veranderen, de zwarte letters blijven bij een aantal woorden
hetzelfde.
De zwarte stukjes moeten de kinderen eerst zelf lezen.
Daarna plakken ze de eerste letter er aan vast. Zo onstaat het vlot lezen.
Hieronder een voorbeeld.
is
vis
sis
Het kind legt de hand of een papieren strookje op de blauwe
letters waardoor er drie maal 'is' zichtbaar is.
Het kind leest dan is, is, is.
Vervolgens wordt alleen de blauwe letter er aan geplakt, in dit geval de eerste
letter.
Het kind leest dan is, v-is vis, s-is sis.
Uw kind kan zelf aan u vertellen welke woordjes er geoefend
kunnen worden.
Namelijk de woordjes die horen bij het laatste woord wat ze hebben geleerd.
Als u elke dag 5 minuutjes oefent geeft dat zeker resultaat!
| Kern 1 | Kern 2 | Kern 3 | Kern 4 |
| Kern 5 | Kern 6 | Kern 7 | Kern 8 |
| Kern 9 | Kern 10 |
Website Veilig Leren Lezen: http://www.veiliglerenlezen.nl/zwijsen/show?id=54908
![]()
Dit leert uw kind in Kern 1.
Letters: m - r - v - i - s - aa - p - e
Woorden: ik - maan - roos - vis - sok – aan – pen - en
Deze woorden en letters zult u de komende tijd terugzien in het materiaal waarmee uw kind op school werkt. Ze zijn belangrijk, omdat ze centraal staan in de voorleesverhalen én in het leesonderwijs voor de komende weken.

Aan de hand van deze woorden leert uw kind de letters. Deze letters spreekt uw kind uit met hun klank, dus niet met de alfabetnaam van de letters. Uw kind zegt dus mmmmm en rrrrr in plaats van 'em' en 'er'. Het is heel belangrijk dat u dat ook doet! Aan de hand van de oefeningen in de klas ontdekt uw kind langzaam maar zeker het systeem van ons schrift: woorden bestaan uit losse letters en met die losse letters kun je oneindig veel nieuwe woorden maken. 'Vis' bestaat uit de letters v - i - s. Van 'vis' kun je heel makkelijk 'is' maken. En met de 'm' van 'maan' krijg je het woordje 'mis'. Het lijkt zo simpel, maar voor kinderen is dit een heel belangrijke ontdekking.
Sommige kinderen ontdekken in de woorden niet alleen de letter die bij dat woord wordt aangeboden (zoals –r- van roos) maar ze ontdekken ook de klanken van de andere letters: -oo- en –s-. Voor sommige kinderen is het een extra uitdaging om ook met die letters te experimenteren. Als deze kennis er niet spontaan is dring het dan niet op. Het belast het kind onnodig. De basiskennis blijft alsnog het belangrijkst.
Filmpjes bij de nieuwe woordjes.
![]()
Dit leert uw kind in kern 2
Letters: t –
n – b – oo – ee
Woorden: teen - een - neus - buik - oog

De letters i
- m - r - v - s – aa - p – e zijn bekende letters geworden.
De letters t – ee - n – b – oo komen daarbij met behulp van de woorden: teen,
een, neus, buik, oog. Deze woorden passen bij het thema: ‘Mijn lijf’.
Uw kind krijgt deze woorden aangeboden met behulp van een verhaal dat verteld
wordt aan de hand van een reuzenboek. In dat verhaal moeten twee kinderen naar
zwemles, maar door een ongelukje komen ze daar niet terecht.
Naast het
uitbreiden van de letterkennis, werkt uw kind ook aan de vaardigheden die nodig
zijn om te kunnen lezen: woorden in stukjes hakken (letters of klanken) en die
stukjes weer aan elkaar plakken tot een woord.
Met behulp van de tot nu toe geleerde letters kunnen ook andere woorden worden
gemaakt dan bovenstaande woorden, bijvoorbeeld: vaar, kaas, pit, raam, boos. Dat
is een ontdekkingsreis met steeds meer ontdekkingen en uitdagingen.
Wat is er voor uw kind leuker dan thuis te laten zien wat het allemaal al kan?
Het is belangrijk dat uw kind zelfvertrouwen krijgt bij het lezen. Spreek daarom
altijd uw waardering uit over de leespogingen en de schrijfsels van uw kind, ook
al gaat er nog wel eens iets mis.
Filmpjes bij de nieuwe woordjes.
![]()
Dit leert uw kind in kern 3
Letters: d - oe - k -
ij - z
Woorden: doos, poes, koek, ijs, zeep
Herhaling van de letters van kern 1 en 2: m - r - v - i - s - aa - p - e - t -
ee - n - b - oo

Deze nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van een verhaal uit een reuzenboek. In dit verhaal vinden kinderen in een wensdoos telkens een nieuwe verrassing. Het thema van deze kern is ‘Wat zit erin?’
Woorden en zinnen.
Uw kind is bij het
begin van kern 3 alweer een week of zeven in groep 3. Steeds meer woorden kunnen
worden gelezen. Uw kind leert niet alleen nieuwe letters en woorden, maar oefent
deze ook op verschillende manieren.
Een voorbeeld van zo'n oefening is het invullen van letters in woorden waarin
een letter ontbreekt. Bij het stukje ‘-en’ kan het kind kiezen uit b, p en r om
er een compleet woord van te maken. Het plaatje dat naast het woord afgebeeld
wordt geeft aan welk woord bedoeld is (ben, pen of ren).
Uw kind leest ook al
korte zinnen:
ik eet een vis.
een kip en een aap.
tim zit bij een boom.
Veilig & Vlot
Waarschijnlijk heeft u al vaker gehoord dat er op school
gewerkt wordt met Veilig & Vlot? Veilig & Vlot is een boekje met
woordrijtjes die opklimmen in moeilijkheid. Uw kind leert hiermee niet alleen
correct, dus foutloos woorden lezen maar juist ook vlot. Vlot lezen is een
belangrijke voorwaarde voor het begrijpend lezen.
Vraag uw kind maar eens naar de verschillende werkjes die het op school maakt.
Uw kind zal dat zeker graag willen vertellen.
Filmpjes bij de nieuwe woordjes.
![]()
Dit leert uw kind in kern 4
Letters: h - w - o -
a - u
Woorden: huis, weg, bos, tak, hut

De letters i - m - r - v - s – aa
- p – e - t – ee - n – b – oo zijn bekende letters geworden.
De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van een verhaal over
oma die met kinderen naar het bos gaat en verdwaalt.
Het thema van kern 4 is: ‘ waar ben ik’. Dit thema heeft veel mogelijkheden om
rondom ‘woonomgeving‘ of bijvoorbeeld verkeer allerlei activiteiten te doen. Ook
‘het bos’ kan als thema gekozen worden.
De derde-persoons-t
In deze kern leert uw kind het lezen van werkwoorden met de derde-persoons-t, zoals: 'loopt', 'maakt' en 'rent'. U zult merken dat uw kind steeds meer en beter leert lezen. Vertel hoe knap u dat vindt.
Waarom ik leer lezen
Uw kind leert niet alleen nieuwe woorden en letters maar
ontdekt ook steeds meer waar lezen toe dient: je kunt genieten van een verhaal,
je kunt informatie opzoeken in een boek of een gids en je kunt elkaar op papier
een boodschap doorgeven! Het eerste spel bij “Samen bezig zijn’ ondersteunt de
laatste functie van lezen en schrijven.
Filmpjes bij de nieuwe woordjes.
![]()
Dit leert uw kind in kern 5
Letters: eu - j - ie - l - ou - uu
Woorden: reus, jas, riem, bijl, hout, vuur

Uw kind kent inmiddels al
heel wat letters: De komende weken komen daar nieuwe letters bij: de eu van
reus, de j van jas, de ie van riem, de l van bijl, de ou van hout en de uu van
vuur.
Het thema van deze kern is ‘sprookjes’ of ‘verhalen en vertellingen’. De nieuwe
woorden worden aangeboden in een sprookje over een reus, of in een verhaal over
een verhalenverteller die verhalen vertelt over Sinterklaas, Kerst of over de
winter.
De letter eu
In deze kern leert uw
kind onder andere de letters bij de klanken eu – ou. Net als de reeds bekende
letters ij en oe bestaan deze ‘letters’ uit twee tekens. Voor de kinderen is de
eu echter één letter. U praat dus over de letter –eu-. Niet over de letters e-u.
Wisselwoorden
Uw kind krijgt elke kern oefeningen om de nieuwe letters te oefenen en toe te voegen aan reeds bekende letters. Zo leren kinderen ook woorden lezen in rijtjes. In elk woord wordt een letter vervangen door een andere letter. Dat kan de letter vooraan, in het midden of achteraan in het woord zijn. Op deze manier oefent uw kind om met letters die het kent nieuwe woorden te maken. 'Vuur' kan bijvoorbeeld worden veranderd in 'vaar', 'veer' en 'voor', maar ook in 'duur', 'muur' en 'zuur'. Oefen samen en laat uw kind wisselwoorden maken met de laatst geleerde woorden en letters.
Boekjes lezen
Uw
kind kent nu bijna alle letters. Daarom kunt u in de bibliotheek alle eenvoudige
boekjes lenen. De boeken zijn ingedeeld aan de hand van een codering. Code AA
staat voor leesboeken voor beginnende lezers. Stimuleer de leesvaardigheid van
uw kind en zoek samen regelmatig leuke boeken uit!
Filmpjes bij de nieuwe woordjes.
![]()
Dit leert uw kind in kern 6.
Letters: g - ui - au - f - ei
Woorden: geit, pauw, duif, ei
Herhaling: a - aa
- b - d - e - ee - h - i - ie - j - k - l - m - n - o - oe - oo - p - r - s - t
- u - uu - ou - eu - v - w - ij - z

Alle letters compleet
In kern 6 leert uw kind de laatste nieuwe letters. Op het eind van deze kern
zijn 34 letters aan de orde geweest. Het zijn lettertekens voor alle 34 klanken
die in eenvoudige woorden met de combinatie medeklinker-klinker-medeklinker
voorkomen. Ook woorden met klinker-medeklinker (uit) of medeklinker–klinker
(kei) kunnen kunnen worden gelezen.
De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van het
voorleesverhaal, behorend bij het thema ‘Wat komt er uit een ei?’.
Begrijpend lezen
Al vanaf het begin wordt het lezen van woorden en zinnen geoefend. Maar er wordt
ook geoefend in het kritisch lezen van zinnen en het begrijpen van de betekenis
van zinnen.
Begrijpend lezen oefenen
Een oefenvorm in dit begrijpend lezen is het kiezen van de juiste zin of zinnen
bij een tekening. Uw kind krijgt bijvoorbeeld een tekening van een jongetje dat
naar een bus loopt. Het kan kiezen uit de volgende zinnen: (a) rik loopt naar de
bus. (b) rik zit in de bus. (c) de mus zit bij de paal. (d) ik zie een paal bij
de bus. Bij zo'n oefening moet het kind de zin begrijpen om het juiste plaatje
te kunnen selecteren.
Vlot lezen oefenen
Het maken van wisselwoorden neemt nog steeds een belangrijke plaats in. Op die
manier worden ook de laatst geleerde letters toegepast in het vlot lezen van
woorden. Nu alle letters aan bod zijn geweest, wordt het vlot lezen van woorden
steeds belangrijker. Met een goede basis kan immers begonnen worden aan steeds
moeilijkere woorden en lettercombinaties.
Filmpjes bij de nieuwe woordjes.
![]()
Dit leert uw kind in kern 7.
Letters: hoofdletters
Woorden: 'sch'-woorden, woorden met de 'ng'-klank
|
|
|
In de kernen 1 tot en met 6 heeft uw kind alle letters
geleerd. In principe kan het nu eenvoudige eenlettergrepige woorden lezen.
Alleen moet het herkennen van woorden nu nog worden versneld en geautomatiseerd.
In de kernen 7 tot en met 12 leert uw kind woorden lezen die wat moeilijker
zijn. Dit zijn de lastige eenlettergrepige woorden zoals kist, drop, hond,
slang, bank, springt, meeuw, ja, zo en woorden van twee en drie lettergrepen.
Ook oefent uw kind om niet meer spellend te lezen. Die lastige eenlettergrepige
woorden worden niet allemaal tegelijkertijd aangeboden en geoefend. Ze zijn
verdeeld over verschillende kernen.
In kern 7 komen vooral de
sch-woorden aan de orde en woorden met het lettercluster ng (ring). Bovendien
maken kinderen al kennis met woorden met twee medeklinkers vooraan en achteraan
(stoel, lamp), woorden met –d en –b achteraan (heb, bad) en samenstelling
(zakmes). Ook leert uw kind in deze kern hoofdletters.
Het thema van kern 7 is: schatgraven, avonturen beleven, piraten. Het verhaal
waarmee de kern start gaat over het vinden van een schat op een schip.
Kinderen zijn ook steeds beter in staat om woorden en
zinnen te schrijven. Toch zullen kinderen nog niet alle woorden foutloos
schrijven. De leesproblemen zijn soms te moeilijk om de afwijkende schrijfwijze
meteen ook onder de knie te hebben. Zo kan het kind al snel woorden lezen met de
letter –d- achteraan. Maar het foutloos schrijven van woorden als ‘heb’ en ‘had’
is moeilijker. Vandaar dat vanaf kern 7 het kunnen lezen en kunnen schrijven van
woorden niet helemaal parallel meer loopt.
Als uw kind toch woorden schrijft waar spelfouten in zitten, hoeft dat dan ook
nog niet altijd verbeterd te worden.
Filmpjes bij de nieuwe woordjes.
![]()
Dit leert uw kind in kern 8.
Woorden: bank en licht
Woorden met twee medeklinkers vooraan (zoals 'zwaan') en achteraan (bijvoorbeeld 'kast') komen uitgebreid aan bod. Daarnaast oefent uw kind met samenstellingen: Ook leert uw kind woorden met een open klinker achteraan lezen, bijvoorbeeld: 'ga', 'zo' en 'nu' Bovendien leren de kinderen in kern 8 de nk van bank en de ch van licht.
Uw kind kan nu alle letters vlot benoemen en opschrijven. Steeds vaker zal het spontaan iets opschrijven. Wijs uw kind niet op alle schrijffouten: creativiteit en spontaniteit zijn belangrijker dan foutloos schrijven. Bovendien is uw kind verder met lezen dan met spelling. Wat het kan lezen, hoeft het dus nog niet foutloos te kunnen schrijven.

![]()
Dit leert uw kind in kern 9.
Steeds
meer lettercombinaties
Uw kind maakt kennis met steeds meer nieuwe lettercombinaties. Aai, ooi, oei
komen voor in eenvoudige woorden als ‘kraai’, ‘kooi’, ‘groei’. In deze kern
maakt uw kind ook al kennis met tweelettergrepige woorden: vijver, bakker,
kasten, balkon, poedel’. Het zijn nog woorden zonder open lettergreep. Ook komen
woorden aan de orde zoals: ‘bedoel’, ‘verhaal’, ‘gezin’.
Het thema van deze kern is: ‘Hé, hoe kan dat?’ Kinderen gaan aan de slag met allerlei onderzoekjes en proefjes.
Begrijpend lezen
In kern 9 maakt uw kind kennis met allerlei oefenvormen voor begrijpend lezen.
Enkele voorbeelen:
Uw kind krijgt steeds een zin of een korte tekst. Daarna worden drie uitspraken
gedaan. Slechts één van de drie uitspraken past bij de zin of tekst.
Voorbeeld: Els maakt een jurk. Die is voor de pop van Noor. Bij deze korte tekst
staat een tekening. Uw kind kan kiezen uit de volgende uitspraken:
(1) De pop is van Els.
(2) Noor maakt een jurk.
(3) De jurk is voor de pop.
Waarschijnlijk zal uw kind in het begin fouten maken bij deze oefenvorm, omdat het te snel denkt dat een bepaalde uitspraak wel goed zal zijn. Uw kind leert dat het de gekozen uitspraak goed moet controleren door de zin of tekst nog een keer te lezen.
Woordweb
Het maken van een woordweb komt in deze kern regelmatig aan de orde. Uitgaand
van een kernwoord, bijvoorbeeld ‘wiel’ kunnen woorden worden gezocht die
betrekking hebben op dat begrip. De woorden worden eromheen geschreven.
Zinnen in de juiste volgorde plaatsen
Ook het plaatsen van zinnen in de juiste volgorde met behulp van een plaatje is een van de oefenvormen. Met behulp van slechts één afbeelding kiest het kind welke van de zinnen de eerste zin is, welke de volgende etc.
![]()